De hersenen vormen het centrum van het zenuwstelsel. Signalen van buiten
worden via de zenuwen en het ruggenmerg naar de hersenen geleid, daar
waargenomen en verwerkt. Vanuit de hersenen gaan opdrachten via de zenuwbanen
naar de rest van het lichaam.
Naarmate een diersoort hoger ontwikkeld is, wordt het verwerken van prikkels
in de hersenen steeds belangrijker. Bij de mens moeten prikkels, -zoals pijn-,
niet alleen gevoeld worden (sensorische waarneming) en een vluchtreactie
oproepen (reflexen). Het is even belangrijk dat de prikkel ook begrepen wordt
(waar komt de pijn vandaan?), dat er van oorzaak en gevolg wordt geleerd, dat de
prikkel ook voor soortgenoten zichtbaar is (emoties: huilen), hoorbaar is
(schreeuwen) en begrepen wordt (taal en spraak: 'Pas op, het vuur is heet!'). Het
zenuwstelsel is een ingewikkeld systeem, met aan- en uitvoerende zenuwen,
speciale gebieden voor gevoel, beweging, emoties, taal en spraak naast een
netwerk dat al deze gebieden met elkaar laat samenwerken.
Het is moeilijk om vorm en functie van het zenuwstelsel los van elkaar te
bespreken, omdat plaats en functie zo sterk met elkaar samenhangen.
Het
zenuwstelsel wordt om praktische redenen verdeeld in:
- het centraal zenuwstelsel, bestaande uit de hersenen
en het ruggenmerg
-
de perifere zenuwen, die zorgen voor de geleiding van
de zenuwprikkels naar en van het centrale zenuwstelsel.
Aan de hersenen kunnen een aantal onderdelen onderscheiden worden: de grote
hersenen verdeeld over een linker en rechter hersenhelft, de kleine hersenen
(het cerebellum) en de hersenstam die overgaat in het ruggenmerg (myelum
spinalis of kortweg: myelum).
De
grote hersenen (het cerebrum)
Het oppervlak van de hersenen is typisch herkenbaar door
de hersenwindingen of 'hersenkronkels'. De hersenen zijn zo gevormd dat de
linkerhelft van de grote hersenen de rechterlichaamshelft bestuurt en de
rechterhelft van de grote hersenen de linkerlichaamshelft. Zo veroorzaakt een
hersentumor in de rechterhelft van de grote hersenen meestal klachten van de
linkerlichaamshelft (verlamming, gevoelsverlies, epileptische krampen) en
veroorzaakt een hersentumor aan de linkerhelft van de grote hersenen uitval van
de rechterlichaamshelft. Lees meer hierover bij veranderingen
in verstandelijke vermogens en gedrag.
Bewegingscentra
De centrale hersengroeve markeert de verdeling tussen de voorste
hersenkwab en de zijkwab of parietaalkwab. In de hersenwinding voor de centrale
groeve liggen de belangrijkste bewegingscentra. Een tumor in dit gebied
veroorzaakt verlammingsverschijnselen aan de andere helft van het lichaam.
Waarneming van gevoelsprikkels
De hersenwinding direct achter de centrale groeve is het gebied waarin de
waarneming van gevoelsprikkels zit. Een hersentumor in dit gebied veroorzaakt
uitval van het gevoel aan de andere helft van het lichaam.
Bewuste
zien
Het
achterste gedeelte van de grote hersenen, boven de kleine hersenen, is
verantwoordelijk voor het bewuste zien. Gezichtprikkels komen binnen in de ogen,
en worden via de gezichtsbanen naar het achterste deel van de hersenen
overgebracht. Patiënten met een tumor in de achterste hersenkwab kunnen ongewone
gezichtswaarnemingen hebben, of missen een deel van het
gezichtsvermogen.
De kleine hersenen (cerebellum)
De grote en de kleine hersenen worden door een vlies van elkaar gescheiden.
De verbinding tussen de grote en de kleine hersenen loopt via de hersenstam. De
kleine hersenen zijn verantwoordelijk voor het ordelijk uitvoeren van
bewegingen. Patiënten met een tumor in de kleine hersenen hebben nogal eens last
van evenwichtsstoornissen, staan onzeker op de benen en hebben last van een
zwalkend looppatroon.
De hersentam (medulla oblongata)
De verzamelde zenuwbundels uit de linker en rechter hersenhelft van de grote
hersenen kruisen elkaar in de hersenstam. De hersenstam is ook het deel van de
hersenen waaruit de meeste hersenzenuwen ontspringen en de hersenen verbinden
met ogen, oren, aangezicht, mond en keel, schoudergordel, hart en middenrif.
Verder bevinden zich in de hersenstam een aantal kernen die verantwoordelijk
zijn voor een aantal essentiële levenstaken: ademhaling, slikken, dag- en
nachtritme, hartritme, temperatuurregulatie, slapen en waken. Een tumor in de
hersenstam onderbreekt niet alleen de verbinding tussen de hersenen en de rest
van het lichaam, maar is soms direct levensbedreigend door verstoring van de
basale levenstaken.
Het ruggenmerg (myelum spinalis)
De zenuwbundels van de hersenstam verlaten de schedelholte via het
achterhoofdsgat, en lopen dan als het ruggenmerg door een kanaal gevormd door de
opeengestapelde ruggenwervels. Tussen iedere ruggenwervel takken links en rechts
de zenuwwortels af. Het ruggenmerg wordt naar onderen steeds smaller, en vanaf
de lendenen bestaat het ruggenmerg uit afzonderlijke zenuwbundels (cauda equina
of paardestaart). Tumoren in het ruggenmerg, of vaker nog, tumoren in de
ruggenwervels die duwen tegen het ruggenmerg, veroorzaken plaatselijke pijn en
verlies van het gevoel en verlammingen in het gebied onder het aangedane
wervel.
naar boven
Nadat zenuwbundels het ruggenmerg verlaten komen sommige bundels gedeeltelijk
weer bij elkaar links en rechts in de hals (plexus brachiales) en laag in de rug
(plexus lumbosacralis) en vormen daarna de zenuwen naar de armen en de benen.
Tumoren van de perifere zenuwen of die tegen de perifere zenuw aanliggen, geven
meestal eerst pijn, en pas in een veel latere fase ook gevoelsvermindering en
verlammingen.
naar boven