Bijna
alle patiënten met een hersentumor op een CT- of MRI-scan worden doorverwezen
naar een neurochirurg. Het verwijderen van een hersentumor of een deel van
de tumor is om drie redenen noodzakelijk: Diagnose, bestrijding van klachten
en behandeling.
- Diagnose: Allereerst is het nodig om tumorweefsel te
krijgen dat in het laboratorium onder een microscoop onderzocht wordt om de
precieze aard van de tumor vast te stellen. De aard van de tumor is bepalend
voor de kans op genezing en voor de noodzaak van een eventuele verdere
behandeling met radiotherapie of chemotherapie
- Bestrijding
van klachten: De klachten van een patiënt
met een hersentumor worden voor een deel veroorzaakt door groei in de hersenen
(infiltratie) en voor een deel door verdringing van de hersenen
(massawerking). Het verwijderen van de tumor of een deel van de tumor geeft
vrijwel meteen een vermindering van de massawerking, en kan een snelle
verbetering van de klachten veroorzaken
- Behandeling
van de tumor: Bij de meeste hersentumoren is het wenselijk dat de
neurochirurg zo veel mogelijk van de tumor, en als het enigszins kan, de hele
tumor verwijdert. Een volledige verwijdering is soms niet wenselijk omdat de
tumor in de buurt ligt van hersendelen die van levensbelang zijn en niet
beschadigd mogen worden. Bij de kwaadaardige hersentumoren is volledige
tumorverwijdering ook vaak niet mogelijk
Naast deze drie kerntaken heeft de neurochirurg een belangrijke rol in: