|
|
Omgaan met epilepsie
|
|
Epilepsie is een verschijnsel dat op kan treden bij
patiënten met een hersentumor. Regelmatig komt het voor dat een epileptische
aanval (of insult) het eerste symptoom is van een hersentumor. Er bestaan
verschillende vormen van epileptische aanvallen. Deze verschillen onderling erg
van elkaar. Alle typen aanvallen ontstaan door een plotselinge verstoring van
het elektrische evenwicht in de hersenen. Meestal is de verstoring van korte
duur.
De vorm van een epileptische aanval hangt samen met
de plaats in de hersenen waar de elektrische ontlading plaatsvindt. Er bestaan
twee vormen van aanvallen namelijk partiële en gegeneraliseerde aanvallen.
- Bij partiële aanvallen doet slechts een klein deel
van de hersenen mee.
- Bij gegeneraliseerde aanvallen is overal in de hersenen abnormale
elektrische activiteit waarneembaar.
Deze twee aanvalsvormen zijn ook weer te verdelen in
eenvoudige en complexe aanvallen.
Partiële aanvallen Gegeneraliseerde (grote) aanvallen Status
epilepticus Hoe kan een omstander de patiënt helpen tijdens
een grote aanval? Epilepsie roept veel vragen op, enkele
veel gestelde vragen Tips en nuttige adressen
De stoornis begint in een bepaald deel van de hersenen. De verschijnselen
zijn dan ook afhankelijk van het gebied waar de stoornis zich bevindt:
- Eenvoudige partiële aanvallen: Bij deze aanvallen blijft de aanval beperkt tot een bepaald
deel van de hersenen. Het bewustzijn blijft helder. Mensen weten dat ze een
aanval hebben en kunnen later precies vertellen wat er tijdens de aanval
gebeurd is en hoe de aanval verlopen is, bijvoorbeeld dat gedurende een minuut
schokken in de linkerhand optraden of dat ze een veranderd gevoel in het
rechterbeen hadden.De duur van deze aanval is variabel, van enkele seconden
tot minuten. Soms kunnen deze aanvallen overgaan in een gegeneraliseerd aanval
(zie gegeneraliseerde aanvallen).
- Complexe partiële aanvallen: Deze aanvallen
worden vaak voorafgegaan door een bepaald voorgevoel, ook wel aura genoemd
(eigenlijk een eenvoudig partieel insult) van meestal een paar seconden. Deze
aura kan heel verschillend zijn, bijvoorbeeld een misselijk gevoel opstijgend
vanuit de maagstreek, het ruiken van een bepaalde geur, of plotseling angstig
worden. Deze partiële aanvallen kunnen overgaan in een gegeneraliseerde
aanval. We noemen dit dan een secundair gegeneraliseerde aanval
naar boven
Een gegeneraliseerde aanval is een grote epileptische aanval, waarbij grote
gebieden van de hersenen betrokken zijn. Bij deze aanvallen treedt altijd
bewustzijnsverlies op. De persoon heeft geen herinnering aan het gebeurde. Hij
of zij voelt tijdens de aanval geen pijn. Een gegeneraliseerd insult kan primair
of secundair zijn. Een secundair gegeneraliseerde aanval is een insult dat volgt
op een partiële aanval. Beiden soorten gegeneraliseerde aanvallen hebben
dezelfde verschijnselen.
De grote aanval bestaat uit drie fasen:
- Tonische fase: Deze fase
duurt ongeveer een halve minuut. Alle spieren van het lichaam worden
aangespannen. Ook de borstspieren worden samengetrokken en hierdoor wordt de
lucht naar buiten geperst. Dit klinkt soms als een schreeuw. Door de
verkramping van de borstkas kan de patiënt blauw aanlopen. Slikken is
tijdelijk niet mogelijk, dus hoopt zich speeksel op in de mond- en
keelholte.Door het plotseling aanspannen van de kaakspieren kan de tong
bekneld raken tussen de tanden, men noemt dit een tongbeet.
- Clonische fase: Deze fase
duurt meestal een halve tot anderhalve minuut. Tijdens deze fase ziet men vaak
schokkende bewegingen van armen, benen en/ of gelaat veroorzaakt door een
afwisselend aan- en ontspannen van de spieren. De ademhaling komt weer op gang
en soms ziet men het opgehoopte speeksel, mogelijk vermengd met wat bloed door
een tongbeet, schuimend uit de mond komen.
- Verslappingsfase: Geleidelijk nemen de schokken af tot het hele
lichaam ontspannen is. De persoon ziet bleek en de ademhaling is vaak diep en
rochelend. Soms is er sprake van urineverlies, soms is men misselijk. De ene
persoon komt snel bij kennis, de ander heeft langere tijd nodig om weer tot
zichzelf te komen. In die fase kan er tijdelijke verwardheid bestaan. Vaak
klaagt men na de aanval over hoofdpijn en vermoeidheid.
naar boven
Men spreekt van een status epilepticus als de ene aanval overgaat in de
volgende zonder dat de persoon tussendoor bijgekomen is. De aanval(len) duren
langer dan 30 minuten. Deze toestand is relatief zeldzaam. Als een aanval
langer dan 5 minuten duurt, is het raadzaam een arts te waarschuwen.
naar boven
Over het algemeen zal de patiënt zelf niets merken van
het insult. Hij/ zij is buiten bewustzijn gedurende de aanval. Over het algemeen
houdt een epileptische aanval vanzelf op.
Tips voor de omstander(s) tijdens de
aanval:
- Houd nieuwsgierige voorbijgangers op afstand
- Probeer het hoofd te beschermen door er iets zachts
onder te leggen
- Maak knellende kleding los (jas, stropdas)
- Neem een eventuele bril af
- Blijf bij de persoon, observeer wat er gebeurt en
houd de tijd bij
- Verplaats de persoon alleen als de situatie waarin
hij /zij zich bevindt onveilig is
- Kijk of de persoon medische gegevens bij zich heeft, bijvoorbeeld een
SOS-hanger om nek of arm
Na de aanval:
- Als de aanval voorbij is en de persoon verslapt, leg
hem/haar dan op de zij. Doe het hoofd iets naar achteren en verwijder zonodig
een loszittend kunstgebit. Dit om de ademweg vrij te maken
- Blijf bij de persoon tot hij /zij weer goed bij kennis is, vertel wat er
gebeurd is en stel hem/haar gerust
Wat moet de omstander niet doen bij een aanval?
- Probeer niets tussen de tanden te stoppen. Meestal is
het hiervoor toch te laat, omdat de kaken al op elkaar geklemd zijn. U kunt uw
vingers in gevaar brengen of indien u iets hards gebruikt de tanden van de
betrokkene beschadigen
- Probeer de heftige bewegingen van armen en/of benen
niet tegen te houden, dit heeft geen zin en kan spierbeschadiging en/of
botbreuken van de betrokkene veroorzaken. Haal, zo mogelijk, wel voorwerpen in
de omgeving van de betrokkene uit de weg zodat deze zich niet onnodig kan
bezeren
- Verplaats de betrokkene niet indien deze zich
tenminste niet in een onveilige situatie bevindt
- Mond-op-mond beademing heeft geen zin, de luchtwegen
zijn geblokkeerd
- Geef niets te eten of te drinken tot de betrokkene
goed bij bewustzijn is
- Geef geen extra anti-epileptica. Zo nodig kan een rectiole (vloeibare vorm
van het medicijn dat via de anus wordt toegediend) toegediend worden indien
dit voorgeschreven is
naar boven
- Maakt het feit dat ik epileptische insulten heb de tumor ernstiger dan
wanneer ik geen epilepsie heb?
Nee. Ongeveer 80 procent van de patiënten met
een laaggradig glioom heeft last van epilepsie. Bij een hooggradig glioom ziet
men in circa 30 procent van de gevallen epilepsie optreden. Over het algemeen
komen partiële insulten vaker voor dan gegeneraliseerd insulten. Epilepsie kan
ook voorkomen bij goedaardige hersentumoren (bijvoorbeeld meningeomen) of bij
hersenmetastasen.
- Als de patiënt na een periode aanvalsvrij geweest te zijn weer insulten
krijgt, betekent dit dan dat de tumor weer groeit?
Nee, dit hoeft niet
zo te zijn. Dikwijls blijft het (aangedane) hersenweefsel epileptische
activiteit vertonen.Dit betekent dat epileptische aanvallen kunnen blijven
optreden. Het kan zijn dat er andere uitlokkende factoren zijn, die de
epileptische activiteit doen toenemen, zoals bijvoorbeeld; veel
stress/spanning, (te) weinig rust/slaap, het overmatig gebruik van alcohol,
onregelmatig gebruik van medicatie, het doormaken van een ziekte. Dit neemt
niet weg dat het raadzaam is om als de aanvallen veranderen en/of toenemen
contact op te nemen met de arts.
- Beschadigen insulten de hersenen?
In het algemeen geldt dat een gemiddeld
insult weinig tot geen schade toebrengt aan de werking van de hersenen. Soms
zie je na een partieel of gegeneraliseerd insult dat er een voorbijgaande
zwakte is van één kant van het lichaam. Deze zwakte verdwijnt over het
algemeen weer, variërend van enkele minuten tot enkele dagen
- Moet ik mensen in mijn omgeving vertellen dat ik epilepsie
heb?
Het is verstandig om mensen in uw
directe omgeving te vertellen dat u epilepsie heeft. Familie, vrienden en
collega's op het werk kunnen dan geïnstrueerd worden wat ze moeten doen (of
laten). Het is goed hen te laten weten dat de aanval gewoonlijk 1 tot 5
minuten duurt en dat het mogelijk is dat u nadien voor een korte periode wat
verward en gedesorienteerd kunt zijn. Dit voorkomt paniekreacties. Laat de
mensen in uw omgeving de instructies lezen zoals die hier staan vermeld.
- Wat betekent het hebben van epilepsie voor mijn dagelijks leven?
- Werk: Het is niet
verstandig op een plaats te werken waar u uzelf of anderen in gevaar kunt
brengen wanneer u een insult krijgt, zoals bij het werken met gevaarlijke
machines of op grote hoogte. Dit kan betekenen dat de patiënt dan wellicht
beter van werkplek kan veranderen. Overleg dit met de bedrijfsarts. Het is
niet erg waarschijnlijk dat de patiënt insulten krijgt van het werken met
computers of kijken naar de televisie. Het komt namelijk zelden voor dat dit
epileptische insulten oproept.
- Autorijden: Als de patiënt regelmatig epileptische insulten
heeft, is het verboden auto te rijden. De patiënt moet minstens een jaar
aanvalsvrij zijn. Daarna kan de patiënt bij het CBR weer toestemming
aanvragen. De Gezondheidsraad heeft in 2002 een gewijzigde regeling eisen
rijgeschiktheid geformuleerd voor mensen met intracraniële tumoren, nog
afgezien van de eisen die gelden tav het hebben van epilepsie. Voor personen
met hersentumoren is steeds een specialistisch rapport vereist. Is er sprake
van motorische of cognitieve stoornissen, dan is een rijtest met een
deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid (van de
desbetreffende afdeling van het CBR) noodzakelijk om de rijgeschiktheid vast
te stellen. De kosten van de herkeuring worden niet vergoed door de
ziektekostenverzekeraar en moeten door de betrokkenen zelf betaald worden.
De meest recente informatie over rijvaardigheid bij epilepsie, vindt u
op de website van het CBR. Het Nationaal
Epilepsie Fonds geeft een folder Epilepsie en Autorijden uit, die u op kunt
vragen. Lees meer hierover bij rijvaardigheid
- Sport: Het is
onverstandig gevaarlijke sporten te beoefenen zoals bijvoorbeeld
bergbeklimmen, parachutespringen, speleologie, kanoën, duiken. Zwem niet
alleen, zorg dat er iemand is, die u in de gaten kan houden. Ook wat fietsen
betreft is het verstandig dit niet alleen te doen, maar in gezelschap van
anderen.
- Thuis: Licht de familie
in, zodat ze weten wat ze moeten doen in geval van een insult. Het is
verstandiger om te douchen in plaats van een bad te nemen als u niemand in
de buurt heeft. Wees attent op mogelijke gevaarlijke situaties in huis
wanneer u bijvoorbeeld kookt, de open haard aansteekt, kaarsen brandt en
dergelijke.
- Wat kan er aan epilepsie gedaan worden?
Middelen tegen epilepsie
(anti-epileptica) kunnen de epilepsie aanvallen in gunstige zin beïnvloeden.
Ongeveer 50 procent van de patiënten met een laaggradig glioom worden hiermee
aanvalsvrij. De rest van de patiënten houdt last van aanvallen, ondanks de
medicatie, maar de ernst en het aantal insulten vermindert. Een kleine groep
patiënten reageert niet of nauwelijks op medicijnen. Er zijn verschillende
soorten anti-epileptica. Veel gebruikte middelen zijn: valproinezuur
(depakine), carbamazepine (tegretol) en fenytoïne (diphantoïne). Tegenwoordig
worden ook vaak nieuwere middelen voorgeschreven. De arts bepaalt welk middel
voor u geschikt is. Dit is afhankelijk van het soort insulten dat u heeft, de
bijwerkingen, maar ook andere factoren die een rol kunnen spelen bij de keuze
van het medicijn. Soms ziet men een afname van
aanvallen na behandeling van de hersentumor. Dit geldt zeker voor die
patiënten bij wie tijdens een operatie naast de tumor zelf ook de zone kan
worden verwijderd waaruit de epilepsie ontstaat: de epileptogene zone.
- Wat zijn de bijwerkingen van anti-epileptica?
Alle medicijnen
kunnen bijwerkingen veroorzaken. Dit geldt dus ook voor anti-epileptica. Elk
medicijn heeft zijn eigen specifieke bijwerkingen. Deze vindt u in de
bijsluiter die u van de apotheker krijgt. Wanneer u voor het eerst start met
deze medicijnen kunt u zich wat misselijk, duizelig en vermoeid voelen. Uw
lichaam moet nog wennen aan het middel. Meestal verdwijnen deze klachten als u
het medicijn langer gebruikt. De bedoeling is dat er in uw bloed een
bepaalde hoeveelheid medicijn gaat circuleren (de bloedspiegel) die insulten
voorkomt of vermindert. Uw bloed kan worden gecontroleerd om na te gaan of de
bloedspiegel goed is. Bekende bijwerkingen zijn duizeligheid, dubbelzien,
onzeker lopen, misselijkheid, hoofdpijn of gedragsveranderingen. Mocht u deze klachten vertonen,
neem dan contact op met uw behandelend arts.
- Wat kunt u zelf doen om insulten zo veel mogelijk te
voorkomen?
Een insult kan altijd plaatsvinden,
soms lijkt er geen enkele reden te zijn. Er zijn wel factoren die het krijgen
van insulten bevorderen, maar soms is dit niet te voorkomen. Stress
bijvoorbeeld kan een uitlokkende factor zijn. Hieronder vindt u een lijst van
factoren, waarvan bekend is dat ze invloed hebben op het ontstaan van
insulten:
- Stress
- Slaapgebrek
- Overmatig alcoholgebruik
- Onregelmatige inname van medicatie
- Het hebben van een andere ziekte, vooral als daarbij koorts optreedt,
bijvoorbeeld griep
naar boven
- Houd uw voorraad anti-epileptica in de gaten, zodat u
niet plotseling zonder komt te zitten
- Uw medicatie neemt u altijd in, ook indien u een
andere ziekte heeft
- Indien u door een arts andere medicijnen krijgt
voorgeschreven, geef dan altijd aan dat u anti-epileptica gebruikt
- Als de medicatie uitgebraakt wordt, neem de dosis dan
nogmaals in
- Neem uw medicijnen regelmatig in, bouw een routine in
zoals bijvoorbeeld na de maaltijd
- Gebruik niet te veel alcohol
- Leef en eet regelmatig
Nationaal Epilepsie Fonds Voorlichting en advies 030 63 440
63 info@epilepsiefonds.nl www.epilepsie.nl
Epilepsie Infolijn Algemene inlichtingen, medisch advies,
persoonlijk advies. Bereikbaar op werkdagen van 9.30-16.00 uur Telefoon:
0900 821 24 11 (10 eurocent / minuut)
Epilepsie Vereniging Nederland De landelijke
patiëntenvereniging Postbus 8105 6710 AC Ede Algemeen: 0318 67 27
72 Advies: 0318 67 27 77 info@epilepsievereniging.nl www.epilepsievereniging.nl
naar boven
|
|
Jeugdsite in de media
lees meer
Stichting Hersentumor.nl in de Telegraaf
lees meer
NIEUWE WEBSITE:
lees meer
|