|
|
Reacties bij sterven en rouw
|
|
De aanpassing aan het dagelijks leven na een traumatische gebeurtenis en de
verwerking van een dergelijke psychische beschadiging, kost tijd en vooral
energie. Vaak zijn mensen verbazingwekkend goed in staat om ingrijpende
gebeurtenissen op eigen kracht of met hulp en steun van anderen uit hun omgeving
te boven te komen. Soms echter lukt het mensen niet om traumatische ervaringen
te verwerken. Ze beleven de traumatische gebeurtenis als het ware steeds opnieuw
en lijden aan een scala van emotionele problemen: intens verdriet, angst,
boosheid, gevoelens van onveiligheid, onmacht en hopeloosheid. Ze vermijden
situaties die hen aan de gebeurtenis doen denken, hebben nachtmerries en voelen
zich 'verdoofd' of vervreemd van anderen. Professionele hulp kan dan onontbeerlijk
zijn.
Vijf fasen Rouw
Interventies bij verstoorde of pathologische rouw Rouwtaken
Algemene richtlijnen bij rouwbegeleiding en rouwverwerking
Vijf fasen
Normale menselijke reacties op het slechte nieuws een terminale ziekte te
hebben zijn in te delen in vijf fasen:
- Ontkenning: als
eerste reactie op het besef van het fatale karakter van de ziekte; maar ook op
latere momenten in het ziekteproces. Ontkenning verloopt in golven, het komt
en het gaat. Op het ene moment is de ontkenning zichtbaar, op het andere
moment niet. Bij de ene persoon wordt ontkend, bij de andere niet. De
wisselingen in de ontkenning zijn opvallend. Ontkenning doet zich voor bij de
patiënt, bij familieleden en soms ook bij verpleegkundigen, artsen,
hulpverleners. Ontkenning bij patiënten is (soms) een gezonde reactie. Men
heeft het recht op weten, maar ook het recht op niet weten. Ontkenning biedt
mogelijkheden tot hoop en geeft tijdelijk spanningsvermindering. Maar
ontkenning impliceert ook dat (soms) relevante informatie de patiënt niet
bereikt. Ontkenning kan men beter niet actief doorbreken, noch stimuleren.
Belangrijk is het om goed naar de patiënt te luisteren en relevante gevoelens
te reflecteren en daar op in te spelen.
- Woede: opstand, boosheid, kwaadheid, afgunst,
vijandigheid, agressie. De dood is onbegrijpelijk, oneerlijk, onrechtvaardig.
"Waarom moet juist mij dit overkomen?" "Waarom moet ik zo jong sterven?"
De
agressie kan zich richten op alles en iedereen. Verpleegkundigen, artsen,
specialisten, maar ook de familie kunnen het ontgelden. Wellicht is de geuite
woede een noodkreet, een schreeuw om hulp. Woede is ook een manier om de
situatie weer onder controle te krijgen. De patiënt kan het idee krijgen door
kwaad te worden, anderen in zijn/ haar macht te krijgen en te controleren. Al
eerder werd gesteld: hoe meer controle, hoe minder stress, zodat woede, als
een vorm van 'coping', ook spanningsreductie met zich meebrengt. Voor
hulpverleners is het omgaan met woede vaak niet eenvoudig. De patiënt wordt
'lastig' genoemd. Toch is goed luisteren en toestaan om de boosheid te uiten,
de beste strategie. Door goed te luisteren en de boosheid serieus te nemen,
kan men betere afspraken met de patiënt maken en de patiënt beter gaan
bejegenen. Proberen de patiënt te begrijpen en de boosheid te begrijpen is
beter dan zelf boos worden en zelf niet meer luisteren, hoe moeilijk dat ook
is.
- Marchanderen:
een poging tot onderhandelen om het noodlot te ontlopen en het onvermijdelijke
uit te stellen. Beloftes, voornemens, afspraken. Zo worden 'afspraken' met het
Opperwezen gemaakt. Zo ziet men dat mensen opeens een dieet gaan volgen,
teneinde de kanker te kunnen genezen of te kunnen stoppen. Deze fase duurt
vaak kort en is soms voor omstanders niet goed zichtbaar.
- Depressie: en
treuren over het verlies. De bewustwording van de symptomen van het naderend
einde neemt toe. Verdriet, treuren en soms 'echte' depressie. Veel verlies
wordt duidelijk. Verlies van zelfstandigheid, verlies van zelfrespect, verlies
van lichaamsfuncties, verlies van emotionele banden met familie, vrienden,
verlies van werk en vrije tijdsbesteding. Een deel van de depressie is een
reactie op alle reeds geleden verlies; een ander deel van de depressie is een
anticipatie op het verlies dat gaat komen. Aandachtig luisteren en tijd en
aandacht hebben voor het verdriet is een goede benadering. Bevestigen wat nog
resteert, kan helpen. Dat betekent niet dat krampachtig geprobeerd moet worden
om steeds de zonnige zijde van het leven te zien, of te zeggen dat anderen er
nog veel slechter aan toe zijn. Men kan het beste steun bieden, bij de patiënt
gaan zitten, luisteren, en reageren op de gevoelens en wat er gebeurt en zal
gebeuren. Gedeelde smart is vaak halve smart.
- Aanvaarding: ook dit is een
stemmingswisseling, die komt en gaat. Het is een rustige afronding van het
leven en van bepaalde relaties. Het is moeilijk om afscheid te nemen en het is
moeilijk om te zien dat een patiënt afscheid heeft genomen, vooral voor de
familie. Aanvaarding is niet één toestand die men bereikt heeft en waarin men
blijft. Aanvaarding verloopt, evenals de ontkenning, in golven, en is een
toestand waarin de patiënt noch depressief en noch opstandig is over zijn
lot.
Deze vijf fasen zijn geen fasen waarbij men persé van fase 1 naar fase 2 naar
fase 3, enzovoorts gaat. Er zit wel een logische volgorde in deze fasen.
Patiënten kunnen fasen overslaan, kunnen terug gaan naar een eerdere fase,
kunnen langere tijd in een fase blijven vastzitten en hoeven niet persé de
laatste fase van een 'goede dood' (aanvaarding) te hebben bereikt. Ook kunnen
patiënten best reacties vertonen die in twee verschillende fasen kunnen worden
ingedeeld.
Deze vijf fasen zijn algemene en normale menselijke
reacties op verlies- en crisissituaties. Ook op veel andere momenten in het
leven zien wij mensen deze fasen doorlopen. In het gehele proces van
begeleiden van mensen bij sterven en rouw is het bieden en bewaren van hoop
essentieel. Hoop heeft vele betekenissen: hoop op genezing, hoop op
gedeeltelijke validiteit, hoop op nog een zekere tijd te leven, hoop op pijnloze
momenten, hoop op elke dag die men nog krijgt, hoop op een waardig
menselijk einde.
Stervensbegeleiding impliceert dus iets doen, er zijn, praten. Inspelen op
wat er nodig is, wat men nodig heeft, het versterken van de kwaliteit van het
laatste deel van het leven, zowel voor patiënt als voor familie.
naar boven
Rouw
Na overlijden ontstaat rouw. De
fasen van het rouwproces zijn eigenlijk identiek aan de fasen van het
stervensproces, althans soms is de gelijkenis opvallend. Rouwreacties zijn
normale, menselijke emotionele reacties. Normale rouwreacties zijn reacties op
de dood van een dierbare; en deze normale, menselijke reacties komen overeen met
de logische verwachtingen die men heeft over dat soort rouwreacties. Toch zijn
er vormen van abnormale rouwreacties, of wel gecompliceerde rouw.
Vormen van gecompliceerde
rouw
-
Ontkende rouw De emoties en gedachten die
met het overlijden te maken hebben, worden sterk onderdrukt. Het overlijden
van de dierbare is bijna altijd extreem beangstigend voor de
nabestaande.
-
Chronische rouw Ook wel verlengde rouw
genoemd, impliceert dat de rouwreacties ook na langere tijd niet verminderen
in intensiteit, men blijft huilen, somber, angstig, verdrietig en boos.
-
Getraumatiseerde rouw Ook wel onverwachte
rouw genoemd. De nabestaande komt er niet aan toe om het geleden verlies te
verwerken en wordt steeds overweldigd door de traumatische herinneringen aan
de omstandigheden rond het overlijden. Er is zoveel angst en paniek dat men
aan rouwen niet toekomt.
-
Uitgestelde rouw De eerste tijd zijn er
geen reacties. Een poos later komen de rouwreacties naar buiten. Over de
termijn waarbinnen de reacties niet zichtbaar zouden zijn, is men het niet
eens; dat kan verschillen van weken tot maanden.
-
Gesomatiseerde rouw De emotionele reactie
blijft uit en vele lichamelijke klachten worden geuit. Soms vertonen die
klachten overeenkomsten met de doodsoorzaak van de overledene.
-
Systeem geblokkeerde rouw Op jongere
leeftijd een dierbare verliezen, betekent vaak dat een systeem, een gezin, een
verlies lijdt. Er zijn niet alleen persoonlijke gevolgen, maar ook gevolgen
voor het systeem.
naar boven
Interventies bij verstoorde of pathologische rouw
Geleden
verlies moet worden verwerkt. Een rouwende moet rouwarbeid verrichten. Dat wil
zeggen: een rouwende moet bezig zijn met het verlies, zal zichzelf moeten
confronteren met de realiteit van het overlijden en de gevoelens hierover moeten
worden geuit. Door het verwerken en het doorwerken van het verlies kan de
nabestaande loskomen van de overledene, kan men nieuwe banden aangaan.
Verwerking betekent niet dat er geen (negatieve) emoties meer zijn in verband
met het overlijden en de overledene. Na vele jaren voelt men nog het verdriet,
de pijn en andere emoties die horen bij een geslaagd rouwproces. Vergeten doet
men ook nooit. Op sommige momenten (de sterfdag, de verjaardag) zal die
herinnering sterker zijn.
naar boven
Vier rouwtaken
Rouwenden hebben een viertal taken te verrichten die na het verlies
noodzakelijk zijn. De taken zijn:
- De realiteit van het verlies aanvaarden. Het besef
dat de dierbare werkelijk is overleden, zal moeten doordringen. Men weet dat
de dierbare is overleden. Op andere momenten weet men dat niet, men voelt de
overledene nog, men praat nog met de overledene. Verstand en gevoel gaan niet
parallel. Je weet dat het overlijden heeft plaatsgevonden, maar je voelt het
(even) niet. Tussen het aanvaarden van het verlies en het ontkennen van het
verlies (vergelijkbaar met de processen van herbeleven en vermijden) bestaat
een zeker spanningsveld.
- De pijn en het verdriet doorleven. Bij verwerken
hoort het voelen van de pijn en het verdriet. Pijn en verdriet kunnen worden
ontkend, kunnen worden weggestopt en vermeden. Maar men moet deze pijn en
verdriet persé doorleven. Ook deze rouwtaak is 'verplicht', wil men met succes
van verwerking kunnen spreken
- Zich aanpassen aan een nieuw leven waarin de
overledene niet meer aanwezig is. Het gaat om veranderingen in de relaties,
veranderingen in het dagelijks leven, veranderingen in het beeld dat men van
zichzelf (zonder de ander) heeft.
- De overledene emotioneel een plaats geven en de draad van het leven weer
oppakken. De banden met de overledene blijven bestaan, maar op een speciale
manier en de aard van de relatie verandert.
Rouwbegeleiding sluit aan bij de vier rouwtaken en geeft steun aan
nabestaanden. Dit kan individueel, maar ook in groepen (lotgenotengroepen en
groepen met een professionele begeleider). Aangezien het onderscheid tussen
normale en verstoorde rouw soms niet eenvoudig is, is het onderscheid tussen
rouwbegeleiding en rouwtherapie gradueel. Gemeenschappelijk aan de therapeutische benadering is dat
de vermijdingsreacties worden aangepakt. Daarbij mag men denken aan:
-
vermijding van de realiteit van het overlijden;
-
vermijding van gevoelens;
-
vermijding van bepaalde situaties of voorwerpen;
-
vermijding van praten over het geleden
verlies.
Patiënten
worden bij een therapie gestimuleerd om zich te confronteren met het geleden
verlies, met het denken erover, het voelen ervan. Manieren om de vermijding dan
aan te pakken zijn onder meer: schrijfopdrachten en therapeutische rituelen.
naar boven
Algemene richtlijnen bij rouwbegeleiding en rouwverwerking
- Bied ruim gelegenheid om het verhaal van het overlijden
en de overledene te vertellen.
- Bied gelegenheid om de gevoelens over het verlies te
verwoorden.
- Wees alert op bronnen van secundaire victimisatie, dat
wil zeggen in de nasleep na het overlijden kunnen dingen gebeuren die op zich
weer schokkend zijn (juridische nasleep, verzekeringskwesties, brieven van
instanties).
- Geef de nabestaande de tijd om het overlijden te
verwerken.
- Mobiliseer het sociale netwerk van de nabestaande.
- Benadruk
dat allerlei 'vreemde' verschijnselen doorgaans normaal zijn, zoals de
intensiteit van de emoties en de verscheidenheid aan emoties; maar ook het nog
zien en voelen van de overledene en het nog praten met de
overledene.
naar boven
|
|
Jeugdsite in de media
lees meer
Stichting Hersentumor.nl in de Telegraaf
lees meer
NIEUWE WEBSITE:
lees meer
|